'Ik wacht niet op inspiratie'
LEEUWARDEN - Cultureel ondernemerschap en kunstschilderes Doet Boersma: die twee zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. In een gesprek legt ze uit wat het voor haar betekent om kunstenaar en ondernemer te zijn.
Op de bovenste etage van ’t Frysk Skildershűs ‘huist’ het atelier van Doet Boersma. Schilderijen staan en hangen er, in groten getale. In een van de hoeken hangen haar overals. De aanblik ervan is een schilderij op zich. Naast elkaar wachten ze op het moment dat ze in actie moeten komen, op het moment waarop Doet haar handen eraan kan afvegen en ze er minuut na minuut kleuriger uitzien.
Doet Boersma is kunstschilderes én ondernemer in hart en nieren. Haar levensgeschiedenis staat sinds kort beschreven in het boek ‘Doet, Lânskip’ en deze wordt daarin vergezeld door een royaal overzicht van haar werk. Rienk Kruiderink tekende voor de tekst van het boek en commissaris der koningin Ed Nijpels, pleitbezorger van cultureel ondernemerschap, verzorgde het voorwoord. Het was tijd voor zo’n overzichtsboek, vond Doet Boersma. Omdat iedere zichzelf respecterende kunstenaar er goed aan doet om zichzelf ook op die manier te laten zien. Maar misschien nog meer omdat Doet met het boek wil aangeven wat voor haar het belang is van ondernemerschap en kunst.
Passie en ambacht Een mooie term: cultureel ondernemerschap, maar wat betekent het eigenlijk? Voor Doet Boersma is het ‘t punt waarop passie en ambacht bij elkaar komen. ‘Voor mij betekent het dat ik schilderles geef, zelf schilder en ’t Frysk Skildershűs run. Ik breng mijn eigen werk aan de man en houd het werk van anderen onder de aandacht bij het publiek. Ik bundel dus al mijn activiteiten in mijn bedrijf. Het geeft me de mogelijkheid een goede boterham te verdienen én kansen te creëren om kunst met een breed publiek te delen. Want ik vind dat iedereen moet ervaren wat kunst voor je kan doen.’ De provincie Fryslân stimuleert het dat Friese kunstenaars hun werk breed uitdragen. Het in de maatschappij plaatsen. Doet geeft daar op haar eigen manier vorm aan. Als Doet niet schildert dan ontbreekt er wat. Schilderen is voor haar een drive, net zoals douchen.
Die drive om te schilderen is bij Doet langzaam gegroeid, vertelt ze. ‘In 1985 kwam ik van de kunstacademie. Sinds die tijd heb ik veel lesgegeven. Toen werkte ik al aan mijn eigen schilderijen, maar de frequentie heb ik in de loop der jaren opgevoerd. Schilderen is voor mij verslavend. En als het niet ‘t schilderen was geweest dan was er vast een andere creatieve vorm geweest om dingen in uit te beelden. Thuis stimuleerden ze dat ook. Mijn moeder weefde en mijn vader was boer, dus ook ondernemer. Bij ons thuis was altijd verf en klei aanwezig. Ik ben groot geworden met creativiteit, het was voor ons de norm. Ik was geen natuurtalent maar was er wel altijd mee bezig: heb veel geoefend en er veel over geleerd. Volgens Doet is een heel groot deel van tekenen en schilderen puur ambacht. ‘Kunstenaarschap is het stukje wat daarna komt,’ zegt ze. ‘Wat je er uiteindelijk mee doet, hoe je het je eigen kunt maken of jezelf ermee kunt uitdrukken.’
Investeren Doet ziet schilderen als haar passie maar vooral ook als haar werk. ‘Je moet je vak gewoon beheersen. Dat kost de nodige investering in termen van geld maar nog meer in termen van tijd. Aanwezig en bezig zijn met je werk. Schilderijen naar adressen brengen, in heel Nederland maar ook in het buitenland. Ik zet mijn werk neer in de wereld, telkens opnieuw. Mijn werk hangt onder meer ook in een aantal stijlvolle meubelzaken. Behalve galerieën zijn dit plekken waar mijn schilderijen iets wezenlijks toevoegen aan de sfeer en waar veel mensen er van kunnen genieten. Het heeft me de benodigde naamsbekendheid opgeleverd waardoor mijn bedrijf nu goed loopt.’
Dat het werk van Doet bij meubelzaken hangt is feitelijk een commerciële actie. Daardoor wordt ze vaak op nieuwe ideeën gebracht. Doordat klanten vragen om een doek in bepaalde kleuren of een specifiek formaat. ‘Ik leer daar ook weer van,’ zegt ze. ‘En uiteindelijk bepaal ik altijd zelf of ik met een dergelijk verzoek iets doe. Ik wil bovenal vanuit mijn hart werken. Dat is belangrijk.’
Wat voor Doet feitelijk telt is haar ‘bedrijf’ ’t Frysk Skildershűs. Les geven, exposities houden en zelf schilderen, daar bestaat haar werkzame leven uit. Om dat alles te kunnen blijven combineren met haar gezin is voor haar een sport. ‘Wachten op inspiratie doe ik dus nooit,’ lacht ze. ‘Ik begin ’s ochtends vroeg steevast met schilderen, of ik nu wel of niet de geest heb. Ik weet dat die geest vanzelf komt, als ik eenmaal bezig ben.’ De galerie van ’t Frysk Skildershűs zit dicht bij het centrum en is makkelijk te benaderen. De deur staat vaak open. In de grote ruimtes, direct bij de ingang hangt altijd werk van andere kunstenaars. Om verscheidenheid te genereren, want dat is voor kijkers een must.
‘Schilderen is voor mij een ultiem doel,’ zegt Doet. ‘Ik kan genieten van een mooi schilderij doch ben tegelijkertijd heel praktisch. Wachten op inspiratie? Onzin! Gewoon aan het werk, punt. Misschien is het geen toeval dat mijn naam derde persoon enkelvoud is van het werkwoord doen. Zij doet. Ik herinner me dat ik vroeger een t-shirt droeg waar ik zelf op geschreven had DOE’T!. Zo zie ik het nog steeds: schilderen is doen, maar ondernemen is dat ook! Een mooie combinatie voor mij.’
Doet Boersma, 2006
|