 |
De skipistes blijven wit
Meer dan een miljoen Nederlanders gaan dit jaar op wintersport. Daar zit slechts een handjevol niet-westerse allochtonen tussen. En dat terwijl deze groep ruim 10% van de Nederlandse bevolking uitmaakt.
Als een volleerde skiër zoeft Jerry Timpico van de steile piste af. ‘Niet gek toch, voor een Surinamer?’ lacht hij, als hij onder aan de berg stil staat. Timpico (43) reisde een paar dagen eerder met zijn gezin af naar het Oostenrijkse Zillertal, met een meer dan 200 kilometer tellend skigebied. ‘Het Zillertal is prachtig en we breiden ons skiterrein elk jaar verder uit,’zegt hij. ‘Het is alleen vreemd dat ik hier bijna de enige kleurling ben. In Nederland wonende Surinamers, Antillianen, Turken en Marokkanen willen hun sportiviteit toch ook wel eens uitleven in de sneeuw? Toch zie ik ze hier bijna nooit.’
In de drie jaar dat hij in Oostenrijk skiet, kwam Timpico nagenoeg nooit anders dan blanke skiërs tegen. ‘Gisteren zag ik een Hindoestaan zitten op een terras,’ zegt hij. ‘En op de piste kwam ik een Antilliaanse tegen. Maar dat was het dan ook zo’n beetje.’ Tot het moment dat Timpico voor het eerst in Oostenrijk kwam had hij een vertekend beeld van de wintersport. ‘Ik vergeleek de kou hier met die in Nederland. De winters daar vind ik vaak alles behalve aangenaam. Hier is dat totaal anders. Je ziet mensen in een trui skiën en in de zon op een terras is het gewoon heet. Ik heb de winter hier van een heel andere kant leren kennen.’
Nauwelijks allochtonen naar de sneeuw Het klopt dat maar weinig niet-westerse allochtonen op wintersport gaan. Er zijn geen exacte cijfers voorhanden, maar medewerkers van reisbureaus vertellen dat zij nauwelijks boekingen krijgen van allochtone medelanders. Te koud en te duur liggen voor de hand, maar is het daarmee uitgelegd? Recent onderzoek van het Nederlands Bureau voor Toerisme en Congressen (NBTC) naar het vakantiegedrag van niet-westerse allochtonen, laat zien dat zij het vanuit hun cultuur over het algemeen niet gewend zijn om uitstapjes te ondernemen. Gezellig thuis met familie, de hele dag kletsen, eten en drinken was en is voor velen van hen een uitje. Bovendien zijn veel allochtonen voor een vakantie meer gefocust op het vaderland. Geld en dagen sparen voor een langere vakantie naar Suriname, de Antillen of Marokko heeft ook voor de jongere generatie nog steeds meer prioriteit dan een weekje op de lange latten in Oostenrijk, Italië of Frankrijk.
Dilly Marval (22) volgt een toeristische opleiding en loopt stage bij de ANWB. De van Aruba afkomstige studente ging vorig jaar voor het eerst op wintersport. ‘Skiën te koud? Helemaal niet,’ lacht Dilly. ‘Ik vind het heerlijk. Maar duur is het wel. De afgelopen zomer ging ik naar Spanje. Dat kostte 400 euro. Die wintersport was minstens het dubbele. Skihuur, schoenen, stokken, skiles en een skipas. Als je zoals ik onervaren bent of niet elk jaar gaat, moet je wel lessen nemen en is het aanschaffen van eigen spullen niet rendabel. Dat maakt het extra prijzig. Van dat geld kan ik dubbel zo lang naar de zon.’
Ook Dilly ziet nagenoeg nooit allochtonen die een wintersportvakantie boeken. Deze winter liep het sowieso geen storm wat wintersportboekingen betreft. ‘Vorige winter was een minder goed sneeuwseizoen,’ legt ze uit. ‘Vanwege het veranderende klimaat worden sommigen skigebieden minder sneeuwzeker. Daarom wachten veel mensen tot het laatste moment met boeken. De echte liefhebbers boeken een reis naar hoger gelegen gebieden, waar sneeuw gegarandeerd is, zoals Zwitserland. Maar daar liggen de prijzen stukken hoger dan in Frankrijk en Oostenrijk.’ Volgens Dilly kun je in Marokko en Turkije ook skiën, maar of daar veel Marokkanen en Turken naar toe gaan, weet ze niet. ‘Ik ken geen touroperators die wintersportreizen naar die landen boeken. Het is moeilijk daarover een inschatting te maken.’
Hossen in een skihut Als half Braziliaanse heeft Agnes Hofman (28) zo haar eigen redenen om skivakanties te mijden. ‘Ik woon al mijn hele leven in Nederland en ben heel sportief aangelegd,’ zegt ze. ‘Ik ben dol op sneeuw, maar skiën? Nee, bedankt.’ Eén keer ging Hofman skiën met klasgenoten, in Duitsland. De busreis naar Winterberg was erg gezellig, maar bij aankomst zonderde Hofman zich met haar vriendin expres af van de groep om zo de lange latten te mijden. ‘Naast het feit dat skiën me volkomen doelloos lijkt, vind ik de subcultuur die er bij hoort heel vervelend,’ zegt Hofman. ‘Dat hossen in zo’n skihut staat me ontzettend tegen. Volgens mij past het après-ski gevoel gewoon niet zo bij kleurlingen. Negers houden toch niet van Dries Roelvink en Frans Bauer? Daar komt bij dat veel autochtone Nederlanders wintersport niet associëren met gekleurde mensen. ‘Jij houdt zeker niet van sneeuw?’ vragen ze me vaak. In die zin wordt het ook niet aangemoedigd. Het negers-op-skies-promotieteam moet volgens mij nog worden opgericht.’
Voor Timpico is z’n derde skivakantie bijna afgelopen. Vanaf het balkon van zijn Oostenrijkse appartement kijkt hij uit op de skipiste waar hij eerder die dag naar beneden gleed. Uit de après-ski hut beneden in het dorp echoot frivole muziek. Even later joelen de bezoekers mee met een plaat van Jan Smit. Timpico lacht er om. ‘Of ik daar wil zitten? Nou nee, niet echt. Ik hou zelf van heel ritmische muziek en bovendien zegt dat hossen in zo’n skikroeg me helemaal niets. Ik ben een sportman en kom hier louter voor de sneeuw en het skiën. Dat ik in Suriname ben geboren doet daar niets aan af.’
Publicatie in Dagblad De Pers, 26 februari 2008 Foto's: Annita Lageweg
|
|